Overslaan en naar de inhoud gaan

Wat/doel

In deze blog willen we nagaan in hoeverre overheden en marktspelers de transitie naar koolstofarme en duurzame stroomvoorziening al of niet (zeer) ernstig nemen.

Essentieel lijkt ons daarbij vooreerst na te gaan wat de impact is – zowel macro als micro – op klimatologisch en sociaal – economisch vlak.

We hebben met z’n allen de mond vol van ‘energie transitie’.  Maar wat verstaan we daaronder precies?

Volgens onze Vlaamse overheid betekent energie transitie het volgende:

 “De energietransitie moet begrepen worden als het omvormen van ons energiesysteem naar een decentraal koolstofarm systeem met een energievraag dat voor zijn energievoorziening zoveel als mogelijk steunt op hernieuwbare energiebronnen en andere koolstofarme technologieën.

Om dit te verwezenlijken, moet de komende jaren een beleid worden uitgetekend dat verdere dynamiek geeft aan energie-efficiëntieverbeteringen, de ontwikkeling van hernieuwbare energieproductie en andere koolstofarme technologieën, flexibiliteit en innovatie zodat iedereen in 2050 beschikt over een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem.“

In dergelijke definitie kunnen we ons volledig terugvinden en voor de realisatie ervan kunnen we in principe ten volle onze steun verlenen. Maar dit alles realiseren is sneller gezegd dan gedaan.

Bij het aanvatten van de noodzakelijke situatie- en behoefte analyses rond stroomvoorziening vandaag en morgen, is het evenwel onvermijdelijk de vraag te stellen wat de landelijke introductie van een energie-efficiënt en koolstofarm systeem zoal moet kosten?

Deze vraag beantwoorden is geen simpele zaak.  Het lijkt veeleer een ‘mission impossible’ als men beseft hoe moeilijk het op heden al is om te achterhalen wat de actuele kost en prijszetting is van onze huidige stroomvoorziening en de bevoorradingszekerheid.

Toch lijkt het aanvaarden van dergelijke ‘mission impossible’ onvermijdelijk voor eenieder die met enige kans op welslagen tegen 2050 een duurzaam alternatief wil realiseren. Want de technische haalbaarheid mag hierin dan primordiaal zijn, de financiële draagbaarheid is even onmisbaar in het uitwerken van een nieuw en duurzaam alternatief.

Centraal bij dit alles is het tevens zaak uit te maken of de actuele benadering van de vraag naar stroom overeind kan blijven tijdens de noodzakelijke energie transitie. De passieve rol van de actuele stroom “consument” die voor zijn comfort in hoofdzaak regels en plichten (tot o.m. steeds meer betalen) krijgt opgelegd, zal in een vernieuwd concept wellicht niet langer voldoen.

De consumptie – zijnde de vierde fase (na productie, transport en distributie) – zal ons inziens in het geheel van de stroomvoorziening een meer actieve en constructieve rol moeten  opnemen in de noodzakelijke grijsgroene transitie.

Ook het herdenken van de traditionele rol van de vierde fase lijkt ons essentieel bij de uitwerking van een nieuwe, betaalbare en duurzame stroomvoorziening voor onszelf, onze kinderen en onze kleinkinderen.